Lobby FBO vanwege aanpassingen Flexwet

Geplaatst op: 14 jan, 2014

In samenwerking met de spelersvakbonden VVCS en Proprof en de KNVB is de FBO een politieke lobby gestart, teneinde het kabinet te wijzen op het gevaar van de voorgenomen aanpassingen rondom de zogeheten Flexwet.

 

Op 11 april 2013 bereikte het kabinet met de sociale partners een akkoord over herstructurering van de arbeidsmarkt. Onderdeel van dit akkoord is een aantal maatregelen om misbruik van de huidige Flexwet aan te pakken. Het kabinet stelt voor om de Flexwet op twee belangrijke punten aan te passen:

 

  1. Bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar binnen een periode van 6 maanden (nu 3) opvolgen, ontstaat bij het 4e contract of na 2 jaar (nu 3) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  2. De mogelijkheden om per CAO af te wijken worden fors beperkt waardoor nu nog slechts maximaal 6 contracten in een periode van 4 jaar mogelijk zijn.

 

Beide wijzigingen zouden ertoe leiden dat de voor de bedrijfstak betaald voetbal noodzakelijke mogelijkheden voor flexibiliteit ten aanzien van contracten, verdwijnen.

 

Het type werk dat binnen de bedrijfstak betaald voetbal wordt verricht (door spelers), is seizoensgebonden. Daarnaast kan dit werk ‘slechts’ gedurende een bepaalde (beperkte) periode worden verricht; de carrière van een topsporter is logischerwijs aanzienlijk korter dan die van werknemers in andere bedrijfstakken.

 

Mede vanwege deze bijzonderheden, bestaat er binnen de bedrijfstak betaald voetbal al jarenlang een constructief overleg tussen de sociale partners die een specifieke CAO voor contractspelers in het betaald voetbal overeen zijn gekomen. Binnen deze CAO is een goed evenwicht gevonden tussen de belangen van de werknemers enerzijds en de belangen van de werkgevers anderzijds. Van oneigenlijk gebruik van flexibele arbeid is in de bedrijfstak geen sprake. Er bestaat in dit verband dan ook geen onevenwichtigheid tussen flexibiliteit en zekerheid.

 

Indien de mogelijkheid om per CAO af te wijken van deze ‘vernieuwde’ Flexwet voor het betaald voetbal zou verdwijnen, betekent dit een aantasting van het hierboven beschreven evenwicht tussen de belangen van de werknemers en werkgevers binnen de bedrijfstak.

 

De overkoepelende partijen willen – vanwege het specifieke karakter van de sector – de flexibiliteit juist behouden om in goed overleg af te kunnen wijken van de algemene bepalingen van de Flexwet. Hiermee wordt de positie van werknemers, werkgevers en het Nederlandse voetbal gewaarborgd.

 

Inmiddels zijn de nodige contacten met de overheid gelegd, zijn de verschillende politieke partijen geïnformeerd over ons standpunt en lijkt de lobby zijn vruchten ook te hebben afgeworpen. Met name gezien het feit dat Minister Asscher zeer recentelijk heeft aangegeven op dit punt specifiek een uitzondering voor het betaald voetbal te willen creëren. De FBO zal haar leden uiteraard op de hoogte houden van het verdere verloop van deze zaak.