Geplaatst op: 01 jan, 1988

De professionalisering en vercommercialisering begon vruchten af te werpen. Maar ondanks dat de tv-contracten beter werden; de NOS betaalde tussen 1984 en 1988 bijna twee miljoen per seizoen, in 1989 – 1992 werd zes miljoen betaald, werd al met een schuin oog naar de stormachtige ontwikkelingen in Engeland gekeken. Daar was de Premier League opgericht, een ligamodel dat zou uitgroeien tot een florerende marketingorganisatie.

In 1990 eiste de Belgische speler Jean-Marc Bosman dat hij, nadat hij zijn contract bij de Belgische club RC Luik had uitgediend, vrij was van verdere verplichtingen. Hij wilde naar een nieuwe club, die echter niet aan de vastgestelde vraagprijs van Bosman kon of wilde voldoen. RC Luik blokkeerde de overgang. Bosman voerde vervolgens een vijf jaar durende juridische strijd. Op 15 december 1995 boekte hij zijn triomf. Het Europese Hof van Justitie stelde vast dat profvoetbal een economische activiteit is en achtte als gevolg daarvan het transfersysteem in strijd met het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Unie, zoals vastgelegd in het Verdrag van Rome. Een vergoeding vragen aan het eind van een dienstverband tussen speler en club was niet langer toegestaan. Deze zaak kwam voortaan in de boeken als ‘Het Bosmanarrest’.

Toen de FBO in 1993 haar 25-jarige jubileum vierde, werd een nauwere, meer gerichte taakvervulling bepleit: voorlichting, advies en ondersteuning op arbeidsrechtelijk en sociaaleconomisch gebied, bijstand verlenen in arbeidsconflicten, toezicht houden op arbeidsbemiddeling zonder winstoogmerk. Met de verhuizing van De Schilp in Rijswijk naar de vierde etage in Het Witte Huis aan de Rotterdamse Wijnhaven – ooit het hoogste gebouw van Europa – was de FBO op de drempel van 1995 een nieuwe weg ingeslagen.

In 1995 werd de transfermarkt door de afschaffing van het vergoedingensysteem en de explosieve stijging van de media-inkomsten, een pandemonium. Ajax was een van de eerste Nederlandse clubs die de nadelen van het Bosman-arrest aan den lijve ondervond. Grote talenten als Edgar Davids en Michael Reiziger verlieten de club zonder dat hier een vergoeding tegenover stond.

Toen in 1996 ook nog het door de KNVB gelanceerde Sport 7 omviel, werden de problemen voor Nederlandse clubs nog groter. Als gevolg van Sport 7 en de voortdurende dreiging van rechtszaken over mediarechten besloten de Eredivisieclubs zich te bundelden in de ENV (later ECV), terwijl de Eerstedivisieclubs zich verenigden in de CED. Commerciële entiteiten die ook opgericht werden om meer geld uit de markt te trekken. De komst van de ENV en de CED leidde ertoe dat er een striktere scheiding ontstond. De FBO kon zich volledig gaan toespitsen op sociale en arbeidsrechtelijke aangelegenheden.