VoetbalFocus

Geplaatst op: 17 apr, 2012

VoetbalFocus is de terugkerende rubriek in ons blad VoetbalZaken waarin (voor het betaald voetbal van belang zijnde) zaken nader worden besproken. Deze keer wordt gewezen op de risico’s van hoofdelijke aansprakelijkheid voor clubs ingeval van een transfer.

 

De FBO heeft de afgelopen periode een aantal keren te maken gehad met kwesties waarbij Nederlandse clubs aansprakelijk werden gesteld door buitenlandse clubs. Meer specifiek ging het in deze kwesties om zaken waarbij de Nederlandse clubs op grond van artikel 17 van het FIFA-transferreglement door de voormalige clubs van hun nieuw aangetrokken spelers aansprakelijk werden gehouden voor de betaling van vergoedingen die de desbetreffende spelers mogelijkerwijs verschuldigd zouden zijn aan deze voormalige clubs.

 

De vraag of de spelers al dan niet terecht een eventuele vergoeding verschuldigd zouden zijn aan hun voormalige clubs, moest dan nog wel nader door FIFA in de bij hen aanhangig gemaakte rechtszaak worden bepaald. De FBO acht het in ieder geval van belang om over dit onderwerp in deze VoetbalFocus een nadere uiteenzetting te geven teneinde de Nederlandse clubs zich bewust te maken van de risico’s en juridische gevaren omtrent dit onderwerp.

 

In artikel 17 van het FIFA-transferregelement, meer specifiek “the Regulations on the Status and Transfer of Players”, worden de financiële en sportieve gevolgen van eenzijdige contractschendingen door spelers en clubs besproken. Opvallend daarbij is dat in dit artikel is opgenomen dat indien wordt vastgesteld dat de speler een vergoeding dient te betalen aan zijn voormalige club, de speler én de nieuwe club gezamenlijk en afzonderlijk aansprakelijk zijn voor de betaling daarvan. Bovendien is in het artikel bepaald dat FIFA ook nog eens sportieve sancties kan opleggen indien wordt vastgesteld dat de nieuwe club schuldig wordt bevonden aan contractbreuk dan wel heeft aangezet tot de vermeende contractbreuk. Van belang is daarbij dat de bewijslast op de nieuwe club ligt. Kortom, deze moet bewijzen dat zij niet schuldig kan worden bevonden aan de contractbreuk dan wel dat geen sprake is van het aanzetten tot contractbreuk en dat aldus het opleggen van sportieve sancties niet gerechtvaardigd is. De sportieve sancties kunnen neerkomen op een transferverbod, voor nationale en internationale transfers, voor de duur van twee transferperiodes.

 

Zoals uit bovengenoemd artikel in ieder geval duidelijk wordt, kan – dit in tegenstelling tot de oplegging van sportieve sancties – aan de gezamenlijke en afzonderlijke aansprakelijkheid niet worden ontkomen. Kortom, indien eenmaal is vastgesteld door FIFA in de bij hen aanhangig gemaakte procedure dat de speler een vergoeding verschuldigd is aan zijn voormalige club, dan is de nieuwe club per definitie eveneens (zoals gezegd: gezamenlijk en afzonderlijk) automatisch aansprakelijk voor de betaling van deze vergoeding. In deze gezamenlijke en afzonderlijke automatische aansprakelijkheid (en de eventuele oplegging van sportieve sancties door FIFA), schuilt nu juist het juridisch gevaar waarop gewezen dient te worden, hetgeen ook duidelijk(er) wordt met onderstaand voorbeeld.

 

Indien een Nederlandse club een speler uit het buitenland transfervrij wenst aan te trekken, is het van groot belang dat de Nederlandse club goed heeft onderzocht of het contract van de desbetreffende speler bij zijn voormalige buitenlandse club op juiste wijze ten einde is gekomen. In bovengenoemde kwesties, waarbij de FBO enkele Nederlandse club bijstaat, waren de Nederlandse clubs er niet van op de hoogte dat de voormalige clubs van de desbetreffende spelers een rechtszaak bij FIFA waren opgestart en van deze spelers een vergoeding eisten. Tot dusverre is in voornoemde procedures door FIFA nog niet definitief vastgesteld of de claims van de voormalige clubs terecht zijn. Echter, indien FIFA vaststelt dat de claim van een voormalige club terecht is, zal de Nederlandse club op grond van de automatische aansprakelijkheid zoals opgenomen in 17 ook worden veroordeeld voor de betaling daarvan en loopt zij tevens het risico dat zij sportieve sancties krijgt opgelegd.

 

Overigens geldt de automatische aansprakelijkheid van bovengenoemd artikel 17 uitsluitend en alleen voor eenzijdige contractbreuken door spelers en clubs. In een FIFA procedure waarbij de FBO onlangs optrad namens een Nederlandse club, waarbij laatstgenoemde aansprakelijk werd gesteld door de voormalige club van een door de Nederlandse club aangetrokken trainer, heeft FIFA bepaald dat artikel 17 niet van toepassing is op de relatie tussen een trainer en een club. Een en ander in lijn met de vaste jurisprudentie van het CAS. Opgemerkt zij dat de voormalige club in deze zaak thans nog wel de mogelijkheid heeft om in beroep te gaan bij het CAS.

 

Al met al betekent bovenstaande concreet dat Nederlandse clubs komende zomertransferperiode bij het aantrekken van spelers uit het buitenland in het bijzonder zeer alert moeten zijn bij de (vermeende) transfervrije spelers. Indien de desbetreffende speler nog een contractueel geschil heeft lopen met zijn voormalige club, dan loopt de Nederlandse club immers het risico om achteraf alsnog een vergoeding te moeten betalen en dat sportieve sancties door FIFA worden opgelegd.