De journalistieke vrijheid in de topsport

Geplaatst op: 21 sep, 2018

De afgelopen zomer is de FBO meermaals geconfronteerd met de vraag hoe om te gaan met de externe berichtgeving omtrent geblesseerde spelers. In deze bijdrage van onze partner Marxman Advocaten een nadere uiteenzetting omtrent de AVG en de journalistieke vrijheid in de topsport.

AVG

De nieuwe Privacywet (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (UAVG) zijn op 25 mei 2018 in werking getreden. Deze privacywetgeving verplicht ondernemingen en dus ook topsportclubs en sportbonden om te voldoen aan eisen van bescherming van persoonsgegevens. Er zijn geen uitzonderingen of toch wel? In artikel 43 van de UAVG is de uitzondering opgenomen die gemaakt mag worden voor het gebruik van persoonsgegevens voor ‘journalistieke doeleinden’. Wat houdt deze uitzondering in? En hoe moet deze uitzondering in de topsport worden gezien? Want, waar meer dan in de topsport willen fans de fysieke gesteldheid van hun sporter kennen. De uitzondering

In artikel 43 UAVG is de uitzondering voor de verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden opgenomen. Kort gezegd is de UAVG, met uitzondering van artikel 1 tot met 4 en artikel 5, eerste en tweede lid, niet van toepassing. Daarnaast is opgenomen dat van de AVG een reeks hoofdstukken en artikelen niet van toepassing zijn. Voor de topsport is het belangrijkste dat artikel 9 AVG (verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens) niet van toepassing is. Wel geldt hierbij de voorwaarde dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens noodzakelijk is voor het journalistieke doel. Maar wanneer is er sprake van journalistiek en wanneer is verwerking noodzakelijk voor het journalistieke doel?

Journalistiek

Tien jaar geleden al oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het begrip ‘journalistiek’ ruim geïnterpreteerd dient te worden. Journalistieke activiteiten zijn activiteiten met als doel bekendmaking van informatie, meningen of het geven van ideeën aan het publiek. Van belang is dat deze activiteiten niet zijn voorbehouden aan mediaondernemingen. De omschrijving van het begrip ‘journalistiek’ is vele malen ruimer dan de invulling die de Autoriteit Persoonsgegevens in 2007 aan ‘journalistieke doeleinden’ heeft gegeven. Desondanks heeft de Autoriteit Persoonsgegevens tot op heden haar richtsnoer “Publicatie van persoonsgegevens op internet” – waarin zij de invulling geeft aan ‘journalistiek doeleinde’ – niet herschreven. Ook niet naar aanleiding van de implementatie van de AVG en UAVG.

Welke invulling van ‘journalistiek’ moet gevolgd worden? De media zal zeggen “de ruime invulling”, de Autoriteit Persoonsgegevens zegt tot op heden het tegenovergestelde. In antwoord op vragen van de SP heeft de Minister voor Rechtsbescherming, minister Dekker, aangegeven dat volgens de Europese wetgever het begrip ‘journalistiek’ ruim moet worden uitgelegd. De uitzondering, zoals opgenomen in artikel 43 UAVG, brengt volgens de minister met zich dat enkel een aantal algemene beginselen en basale verplichtingen voor de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing zijn op gegevensverwerkingen in het kader van een journalistiek doeleinde. De minister noemt hierbij als voorbeeld: “beginselen van proportionaliteit en de verplichting gegevens op passende wijze te beveiligen”.

Naar onze mening dient dus de ruime invulling gevolgd te worden en zal de Autoriteit Persoonsgegevens bij handhaving niet moeten uitgaan van haar (zeer) verouderde richtlijn.

Grondslag

Nu de ruime invulling gevolgd mag worden, wil dit niet zeggen dat er geen grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens aanwezig moet zijn. De grondslagen voor de verwerking zijn in artikel 6 van de AVG opgenomen. Maar, welke grondslag kiezen wij?

In de topsport kan er gekozen worden voor de grondslag: ‘toestemming’ of ‘gerechtvaardigd belang’. Nadeel aan toestemming is dat deze kan worden ingetrokken en dat toestemming bijna nooit rechtsgeldig door werkgevers aan werknemers gevraagd kan worden. De toestemming is dan niet uit “vrije wil” gegeven vanwege de gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer. Een betaald voetballer is een werknemer van de voetbalclub, dus hier gaat toestemming niet op.

Als er gekozen wordt voor de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ is bij iedere verwerking van persoonsgegevens een afweging nodig tussen de vrijheid van meningsuiting en de privacy. Een beroep op een gerechtvaardigd belang klinkt makkelijk, maar het gerechtvaardigd belang moet goed omschreven zijn. Er zijn auteurs die stellen dat de “maatschappelijke rol” van een topsporter met zich brengt dat de informatievrijheid een zwaardere rol speelt. Wij delen deze mening, maar de proportionaliteit moet wel in acht worden genomen.

Bij het kiezen van een grondslag voor de verwerking is van belang dat je geen top-3 aan grondslagen mag hebben. Het is dus niet zo dat als je toestemming vraagt, maar deze toestemming kon – gelet op de situatie – niet gegeven worden, je vervolgens mag zeggen dat je ook verwerkt op grond van een ‘gerechtvaardigd belang’.

Noodzakelijk

Voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens voor een journalistiek doel is vereist dat deze verwerking noodzakelijk is. Het argument “handig om te hebben” gaat niet op.

Naar onze mening kan in de topsport gesteld worden dat het gebruiken van bijzondere persoonsgegevens, zoals medische informatie over de blessure van een sporter, voor journalistieke doeleinden noodzakelijk is. Op het moment dat een topsporter tijdens de wedstrijd een blessure oploopt willen de fans en de andere media weten hoe het met de topsporter gaat. De kans is groot dat kort daarna via andere media al volop wordt gespeculeerd over de blessure, waarbij regelmatig ook onjuiste informatie wordt vermeld. Er is daardoor een groot belang van de topsporter/club/bond om kort na de blessure juiste informatie naar buiten te brengen. Bijna automatisch zullen er dan bijzondere persoonsgegevens besproken worden. Het is echter de vraag of het “delen” van informatie omtrent de topsporter door de coach moet plaatsvinden of de interne journalistieke kanalen van bijvoorbeeld de voetbalclub.

Van belang is – zoals eerder gezegd – dat journalistieke activiteiten niet zijn voorbehouden aan mediaondernemingen. Dus u en wij kunnen ook journalistieke activiteiten verrichten. Deze activiteiten mogen zelfs een winstoogmerk hebben.

De praktijk

In de ruime invulling van journalistiek met een goed onderbouwd gerechtvaardigd belang kunnen ons inziens bijzondere persoonsgegevens verwerkt worden voor journalistieke doeleinden. Hierbij is van belang dat er goed wordt nagedacht over de noodzaak van de verwerking van bijzondere persoonsgegevens. Hoeveel moet je vertellen over een blessure? Is het van belang om alle details over het herstel van de topsporter te delen of is het voldoende om aan te geven dat het herstel bijvoorbeeld drie maanden duurt? Een balans tussen ‘wat wil ik delen’ en ‘wat is nodig dat ik deel’ moet continu gemaakt worden. Wie vervolgens deze informatie voor journalistieke doeleinden verwerkt/deelt – de coach of een intern journalistieke afdeling – maakt niet direct uit.

Advies

Ons advies is concreet: Schrijf een goed onderbouwd mediaprotocol waarin als het gaat om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, wordt omschreven waar de grens ligt tussen proportioneel en disproportioneel. Heeft u advies nodig over beleidsregels, protocollen of het gegevensbeschermingsbeleid? Neem dan gerust contact op met de FBO en/of Marxman Advocaten