Betaald voetbal wil doelgerichte maatregelen in plaats van totaalverbod sponsoring online kansspelaanbieders

Geplaatst op: 02 sep, 2022

De KNVB, Eredivisie, Keuken Kampioen Divisie en FBO hebben gezamenlijk een brief naar minister Weerwind (Justitie en Veiligheid) gestuurd over het besluit dat sportsponsoring door online kansspelaanbieders per 1 januari 2025 zou verbieden. De minister heeft de sector om advisering gevraagd vanwege het grote belang voor het voetbal. Het voetbal pleit voor doelgerichte maatregelen en voorlichting in plaats van een totaalverbod.

Vanaf 2014 is er toegewerkt naar de legalisering van de online kansspelmarkt op 1 oktober 2021 en sindsdien maken de aanbieders hiervan reclame om zo marktaandeel te veroveren. Dit bood (ook) de voetbalsector commerciële kansen, die na alle financiële schade uit de coronaperiode bijzonder welkom waren. Inmiddels zijn er met verschillende legale kansspelaanbieders afspraken gemaakt, die de komende tijd alweer afgebouwd zouden moeten worden omdat het kabinet na enkele maanden heeft besloten om dergelijke sponsoring gefaseerd te gaan verbieden. Een besluit dat is genomen zonder evaluatie van de nieuwe wet of gedegen onderzoek naar de effecten van deze recent pas toegestane vorm van sponsoring. Door dit wispelturige beleid loopt de voetbalsector inkomsten mis van naar schatting 40 tot 70 miljoen euro per jaar, die geïnvesteerd hadden kunnen worden in bijvoorbeeld jeugdopleidingen en maatschappelijke programma’s. Ook is in het besluit het onderscheid tussen risicovolle en risicoarme kansspelen onduidelijk omschreven.

Het kabinet kijkt met het voorgenomen totaalverbod niet verder naar alternatieven om de risico’s van het online gokken te beperken. De sport heeft al verschillende maatregelen getroffen om de kans op gokverslaving en matchfixing tegen te gaan. De betaald voetbalsector neemt de risico’s rondom online kansspelen zeer serieus en wil zelf verdergaande regels opstellen en zich meer toeleggen op voorlichting. Het voetbal staat in verbinding met 8 miljoen voetballiefhebbers en met een totaalverbod zouden ook de kansen verdwijnen om hen te bereiken en informeren over een verantwoorde manier om met het bestaande gokaanbod om te gaan. De voetbalsector heeft daarom een plan opgesteld, met als hoofdlijnen:

1. Maatschappelijk voorbeeld

Voetballers en coaches verschijnen niet in gokreclames, ‘rolmodellen’ worden wel ingezet om supporters te wijzen op gevaren en risico’s van kansspelen. Clubs nemen in hun contract met kansspelaanbieders onder meer op dat uitingen geen morele of materiële schade mogen berokkenen en dat de kansspelaanbieders extra maatregelen treffen om jongvolwassenen (18 – 24 jaar) te beschermen.

2. Voorlichting

BVO’s intensiveren het anti-matchfixingbeleid en komen met een grote publiekscampagne over de gevaren van kansspelen. In samenwerking met verslavingsexperts worden supporters via verschillende kanalen voorgelicht over de gevaren van kansspelverslaving.

3. Zelfregulering

De voetbalsector neemt in de reglementen doelgerichte maatregelen op, als tegenhanger van een totaalverbod. Deze worden dan gefaseerd ingevoerd en betreffen shirtsponsoring, boarding en naamgeving door partners. Zo mag een online kansspelaanbieder uiteindelijk wel hoofdsponsor zijn maar moet de plaats op een shirt afstaan aan een maatschappelijke organisatie, jeugd(teams) mogen niet in aanraking komen met gokuitingen, wervende acties in de stadions zullen niet worden toegestaan en vermeldingen op de boarding wordt afgebouwd. Hierbij moet dan de voetbalseizoenen worden aangehouden in plaats van kalenderjaren, zoals in het wetsvoorstel staat. Dit omdat halve seizoenen zich niet lenen voor seizoensgebonden sponsoruitingen en nieuwe sponsorcontracten die nodig zijn om de weggevallen inkomsten te compenseren.

Verder vraagt het voetbal de overheid om meer te investeren in de aanpak van matchfixing en verslavingspreventie. De sector betaalt momenteel zelf voor de voorlichting, opsporing, opleidingen en meldpunten, terwijl de inkomsten op dit vlak door het wetsvoorstel zouden verdwijnen. Net als bij de loterijen, zou de sport een fair share moeten ontvangen uit de gegenereerde inkomsten. Dit moet dan geïnvesteerd worden in jeugdopleidingen en de verdere aanpak van matchfixing, verslavingspreventie en maatschappelijke activiteiten.